Energieverbruik Een aantal jaar geleden werd wel eens gesteld dat de glastuinbouw in Nederland niet duurzaam kon zijn. Het energie verbruik van de kassen was te hoog en in Spanje is de zon gratis. Met de komst van de wkk heeft de glastuinbouw in Nederland een enorme stap gemaakt richting duurzaam telen. De kassen verbruiken nu nauwelijks nog energie omdat de kassen worden verwarmd met koelwarmte van electriciteitproductie. Ten opzichte van productie in zuidelijke landen is het energieverbruik van het transport lager omdat de meeste consumenten zich binnen een straal van honderden kilometers bevinden. Voor de zuidelijke landen zijn dit duizenden kilometers.
Ruimtelijke inpassing Per 1 januari 2010 wordt er wetgeving van kracht die de lichtuitstoot van kassen met 95% zal terug brengen. Technisch is het nu al mogelijk tot 98% te gaan. Voor nieuwe tuinbouwgebieden kunnen afspraken worden gemaakt om van zonsondergang tot zonsopgang 98% van het licht af te schermen. De lichtuitstoot van belichte kassen is dan nihil. Ook voor emissie van meststoffen en gewasbeschermingsmiddelen zijn de kassen gesloten. De glastuinbouw heeft dit deels zelf gedaan door het afsluiten van convenanten met de overheid en deels is dit door wetgeving gedaan. De glastuinbouw veroorzaakt geen afvalbergen. Het afval uit de kassen wordt hergebruikt. Hiervoor zijn inmiddels voldoende recycling installaties beschikbaar. Op alle glastuinbouwbedrijven is waterberging aanwezig. Uit deze bassins worden de gewassen van water voorzien. Deze waterberging wordt ook benut om te voorkomen dat bij regen er direct veel water in de sloten komt en voor wateroverlast kan zorgen. Op last van het waterschap wordt in de bassins hiervoor ruimte gereserveerd.
Gewasbescherming In Nederland en vooral in die gebieden die dicht bij grote wateroppervlakten liggen is het klimaat gematigder dan in zuidelijke landen. De kansen voor biologsche gewasbescherming zijn in een gematigd klimaat en onder glas veel beter. Biologische bestrijding is het scheppen van evenwicht tussen schadelijke insekten en insekten die juist van deze insekten leven. Het evenwicht moet op een niveau liggen dat er weinig schade aan het gewas is. Biologische gewasbescherming is duurzamer dan chemische gewasbescherming omdat insekten resistenties ontwikkelen en er dan steeds meer en zwaardere middelen moeten worden ingezet Biologische gewasbescherming geeft geen residu op de vruchten. Onderzoek door milieu instanties heeft in 2007uitgewezen dat Nederlandse glasgroenten de minste gewasbeschermingsmiddelen bevatten. De eisen die afnemers stellen aan de producten zijn ook een belangrijke drijfveer om de biologische bestrijding maximaal te handhaven. De techniek van de biologische gewasbescherming ontwikkelt zich steeds meer. In het glastuinbouwgebied van Steenbergen wordt het biologisch evenwicht in de gewassen dagelijks gecontroleerd. Bijsturen gebeurd door het inzetten van insekten en, als het echt niet anders kan en alleen die planten waarvoor het nodig is met selectieve chemische middelen.
Duurzaamheid. De glastuinbouw in Steenbergen is ver in duurzaam produceren en de ontwikkelingen op dit gebied gaan hard. Glastuinbouwbedrijven nemen veel ruimte en moeten landschappelijk worden ingepast. Dit stelt eisen aan de bedrijven die met de huidige techniek ingevuld kunnen worden. De consumenten eisen schone producten. Door het opbouwen van biologische evenwichten in de teelt onder glas kan aan deze eis worden voldaan. Het argument tegen glastuinbouwbedrijven dat overblijft is dat ze zichtbaar zijn in het landschap. Meer dan het bouwen in glas kan hier niet aan worden gedaan. Het voordeel is werkgelegenheid op de glastuinbouwbedrijven en de toeleveringbedrijven in de omgeving.